Aantal faillissementen verandert nauwelijks

Het aantal failliet verklaarde bedrijven is nauwelijks veranderd. Er zijn in oktober 5 bedrijven minder failliet verklaard dan in september, meldt het CBS. De trend is de lopen jaren redelijk vlak.

Trend afgelopen jaren redelijk vlak

In mei 2013 piekte het aantal uitgesproken faillissementen, voor zittingsdagen gecorrigeerd. Daarna is er tot september 2017 sprake van een dalende trend. Na september 2017 is de trend redelijk vlak. Het aantal faillissementen bereikte in september 2018 het laagste niveau sinds 2001. Daarna wisselden perioden met stijgingen en dalingen elkaar af.

Meeste faillissementen in de handel

Niet gecorrigeerd voor zittingsdagen zijn er in oktober 288 bedrijven en instellingen (exclusief eenmanszaken) failliet verklaard. Van alle bedrijfstakken had de handel het grootste aantal faillissementen, namelijk 46.

De handel behoort tot de bedrijfstakken met de meeste bedrijven. Relatief gezien werden er in oktober de meeste faillissementen uitgesproken in de bedrijfstak vervoer en opslag.

De cijfers in dit bericht zijn voorlopig en kunnen worden bijgesteld.

Bron: CBS

Gemeenten moeten namen doorgeven aan schuldeisers

Gemeenten ontvangen straks niet alleen gegevens van schuldeisers, het werkt ook andersom. Op het moment dat de schuldhulp gaat lopen, moeten de betrokken overheidsinstanties en bedrijven hiervan weten. Dit blijkt uit de uitvoeringsregels bij het voorstel.

Deze invulling betekent dat gemeenten de persoonsgegevens uit hun schuldhulpbestand moeten doorspelen. Doel hiervan is de ‘samenwerking te bevorderen’ tussen partijen. Dat zou bijvoorbeeld moeten helpen om een schuldregeling af te spreken. Deze en andere maatregelen vormen het bouwwerk om de ‘vroegsignalering’ van schulden in de praktijk bevorderen door privacy daaraan ondergeschikt te maken.

Lees verder op: gemeente.nl

Bron: Divosa / Gemeente.nu

Sneller hulp bij beginnende schulden

Het duurt vaak jaren voordat mensen met schulden de stap naar hulpverlening durven te zetten. Een simpele betalingsachterstand kan hierdoor uitgroeien tot een problematische schuld. Een wijziging in de wet gemeentelijke schuldhulpverlening moet dit helpen voorkomen.

De aanpassing geeft gemeenten de mogelijkheid om gegevens over betalingsachterstanden uit te wisselen met woningcorporaties, energie- en drinkwaterbedrijven en de zorgverzekering. Zo kan de gemeente beginnende schulden beter signaleren en schuldhulpverlening aanbieden voordat mensen zelf aan de bel trekken. Staatssecretaris Tamara van Ark heeft het wetsvoorstel dat dit regelt vandaag naar de Tweede Kamer gestuurd.

Brede schuldenaanpak

De wijziging van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening is een van de maatregelen uit de brede schuldenaanpak van het Kabinet. Na de wijziging, die op 1 januari 2021 in moet gaan, mogen hulpverleners zelf gegevens verzamelen en registers raadplegen. Het gaat bijvoorbeeld om informatie over inkomen en vermogen. Uitwisseling van persoonsgegevens gebeurt altijd doelgericht en zorgvuldig, met inachtneming van de privacyregels. Gemeenten moeten daarom bij de start van een schuldhulpverleningstraject een beschikking afgeven met daarbij een plan van aanpak. Iemand met schulden weet daardoor waar hij aan toe is. Ook is dan helder welke gegevens de gemeente gebruikt.

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ondersteunt gemeenten met kennis en ervaring over effectieve vroegsignalering van schulden. De NVVK, de Nederlandse Vereniging voor Kredietbanken, ontvangt vooruitlopend op de wetswijziging subsidie om te komen tot landelijke afspraken over vroegsignalering met schuldeisers. In mei van dit jaar is het ministerie bovendien gestart met de landelijke campagne ‘Kom uit je schuld’, die beoogt om geldzorgen bespreekbaar te maken en om mensen te stimuleren sneller hulp te zoeken bij financiële problemen.

Documenten

Wijziging Wet gemeentelijke schuldhulpverlening voor uitwisseling persoonsgegevens  – Voorstel van wet tot wijziging van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening ten behoeve van de uitwisseling van persoonsgegevens.

Kamerstuk: Voorstel van wet | 14-10-2019

Bron: www.rijksoverheid.nl

Corporatiemonitor: huisuitzettingen weer afgenomen

3.000 huishoudens zijn in 2018 uit hun corporatiewoning gezet. Dat is 19 procent minder dan in 2017. Voor het vijfde jaar op rij daalt het aantal huisuitzettingen. Dit blijkt uit een enquête van Aedes onder 170 woningcorporaties. Corporaties reageren in een zo vroeg mogelijk stadium op huurachterstanden, om huisuitzetting te voorkomen.

Corporaties ondernemen steeds meer activiteiten op het gebied van vroegsignalering en het voorkomen van schulden. Het niet meer denken vanuit regels en procedures maar de huurder centraal stellen werpt vruchten af. Op het gebied van vroegsignalering werken corporaties samen met lokale partners zoals gemeenten en schuldhulpverlening. Ook wisselen corporaties onderling kennis en kunde uit bijvoorbeeld via www.huurincassoplatform.nl

Uitspraken rechter

Voor een uitzetting is altijd een uitspraak van een rechter nodig. In 2018 spraken rechters 12.000 van deze vonnissen uit. In 2017 waren dat er nog 13.500, blijkt uit de Corporatiemonitor. Slechts 3.000 keer volgde daadwerkelijk huisuitzetting. Dat betekent dat in 75 procent van de gevallen met de huurder een oplossing is gevonden. Het zijn voornamelijk alleenstaanden. In 12 procent van de uitzettingen gaat het om een gezin met kinderen. De meeste huisuitzettingen vinden plaats voor huishoudens net onder de maximale huur van 711 euro (2018).

Effectieve aanpak

Prioriteit van corporaties is het betaalbaar houden van de huur. Het Sociaal Huurakkoord tussen huurders en corporaties is daar een voorbeeld van. De persoonlijke aanpak blijkt effectief te zijn. Snel contact en inschakeling van professionele schuldhulpverlening is daarbij belangrijk. 86 procent van de corporaties schakelt deze hulp in. In prestatieafspraken met gemeenten en huurdersorganisaties is het voorkomen van huisuitzettingen een prominent onderwerp. Corporaties sluiten convenanten af met stakeholders als gemeenten, schuldhulpverleners, GGZ, VluchtelingenWerk en verzorgingshuizen. De afspraken in de convenanten over informatie-uitwisseling en afstemmen van processen dragen bij aan het vroegtijdig signaleren van problemen en het gezamenlijk oplossen daarvan.

Verdere daling

Voor een nog verdere daling van het aantal uitzettingen is medewerking van het Rijk noodzakelijk. Zo krijgen de Belastingdienst, het CJIB en ziektekostenverzekeraars nog steeds voorrang bij het innen van schulden, inclusief torenhoge incassokosten. ‘Op deze manier komen huurders met schulden nooit uit de problemen; overheid schrap die voorrang. Een dak boven je hoofd is in die situatie belangrijker dan een boete of bekeuring,’ aldus Aedes-voorzitter Marnix Norder.

Meer uitkomsten: Corporatiemonitor Voorkomen Huisuitzettingen

Bron: Aedes

Opnieuw minder wanbetalers zorgverzekering

De daling van het aantal wanbetalers van zorgverzekeringen vanaf 2015 hangt samen met de invoering van een betalingsregeling. Hierdoor kan iemand met een betalingsachterstand bij zijn zorgverzekeraar versneld uitstromen als wanbetaler. Bij ongewijzigd beleid zou het aantal wanbetalers veel minder sterk zijn afgenomen.

Van de wanbetalers van zorgverzekeringen was ruim 60 procent man. Dit geldt voor vrijwel alle leeftijdsklassen. De meeste wanbetalers zijn te vinden in de leeftijdscategorie van 20 tot 50 jaar oud (72 procent). Met 3,2 procent zijn mannen in de leeftijdscategorie van 30 tot 35 het meest voorkomend als wanbetaler van zorgpremies.

Regionale verschillen wanbetalers zorgpremie

Het percentage wanbetalers van zorgverzekeringspremies verschilt per provincie. Flevoland telde in 2018 met 2,2 procent naar verhouding de meeste wanbetalers, Zeeland de minste (1,0 procent).

Het aandeel wanbetalers hangt ondere andere samen met de leeftijdsopbouw. Zo zal de relatief lage gemiddelde leeftijd van de inwoners van Flevoland een rol spelen bij het aandeel wanbetalers in die provincie, al heeft Utrecht met een vergelijkbare gemiddelde leeftijd, aanzienlijk minder wanbetalers (1,1 procent).

Ook zijn er grote verschillen tussen de provincies als het gaat om de verhouding tussen personen met een betalingsregeling en wanbetalers. In de provincies Zeeland, Noord-Brabant en Limburg is deze verhouding ruim tweemaal zo groot als in de provincie Groningen.

Grote verschillen per gemeente

Ook het percentage wanbetalers per gemeente varieert sterk. De gemeenten met relatief de meeste wanbetalers (meer dan 3 procent) waren Rotterdam, Pekela, Schiedam, Den Haag en Lelystad.

Gemeenten met de laagste percentages wanbetalers (minder dan 0,4 procent) in 2018 waren Sint-Anthonis, Eersel, Veere, Dinkelland en Rozendaal. De verschillen per gemeente hangen voor een deel samen met de hoogte van het gemiddeld huishoudensinkomen per gemeente. Hoe hoger dit inkomen, hoe lager het percentage wanbetalers.

Meer informatie op StatLine :  Wanbetalers zorgverzekering

Bron: CBS

Contactgegevens

KLANT incasso & debiteurenbeheer
Buitenplaats 4
3328 LJ Dordrecht
(bezoek alleen op afspraak)
078-8432241   E: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.


KvK-nr.: 65030885
BTW-nr.: NL179929951B01